
We bevinden ons in één of ander verlaten stadje, in the wild wild west. De donkere wolken, die zich als een grote bewegende massa boven ons hoofd voortbewegen, in combinatie met de zon, die ergens op de achtergrond te weinig licht laat doorschijnen om de hoop in ons door angst verteerde hart te laten leven, creëren een atmosfeer die lijkt te waarschuwen voor de apocalyps. Hier en daar zijn er flitsen in dat donkere wolkenlandschap te zien, die vergezeld worden door een laag en rollend gegrom, alsof een roedel wolven in datzelfde landschap de laatste beetjes licht willen uitroeien. Plots weerklinkt er een weemoedige en tegelijk dreigende gitaar, gevolg door de stem van de leider der roedel wolven, Mark Lanegan. ‘Oh mama, ain’t no time to fall to pieces, he has arrived…’, gromt hij ons toe in The Stations, het openingsnummer van Saturnalia, het album van The Gutter Twins. Tweelingbroer Greg Dulli staat hem bij in zijn klaagzang, en schreeuwt mee, ‘Now there’s demons crawling all around…’
De toon is gezet, wanhopig grijpen we naar het pistool op onze heup en proberen ons te beschermen tegen het ergste, maar de kogels zijn op en we hebben geen andere keuze dan ons te laten opjagen door de twaalf songs op deze plaat. De eerste druppels vallen naar beneden, om uiteen te spatten op ons gezicht. Een rukwind doet ons bijna omvervallen, en heeft ons overtuigd om tijdens de vierde song, The Body, onderdak te zoeken in een verlaten saloon. Bibberend in een hoekje zingt het duo ons toe, ‘I’ve gone too far this time, I crossed the line’. Het gekraak dat we horen is niet van ons hart afkomstig - al had dat best gekund - maar van het dak boven ons.
De bliksem is ingeslaan in het saloon, en als we ons niet reppen bevinden we ons twee minuten later onder het puin. Buiten horen we Mark Lanegan terug zingen, ‘With my idle hands, there’s nothing I can do but be the devil’s plaything, baby, and know that I’ve been used’. De gitaarsolo op het einde laat ons het volgende herkennen: wanhoop, woede, onmacht. Onze geest zit gevangen in ons lichaam, het snakt naar vrijheid maar we kunnen alleen maar in tranen uitbarsten. Het volgende nummer, Circle the Fringes, begint zacht en helend, de droeve strijkers lijken ons rust te schenken. Maar een onweer zou geen onweer zijn als er geen donderslagen waren om ons op te schrikken. De drums klinken als pistoolschoten, en de baslijn begeleidt de kogels in slow motion naar de plaats van impact, ons hart, waar het allerlaatste restje hoop nu helemaal verdwenen is. Who will lead us now? is de toepasselijke titel van het volgende nummer, maar de vraag blijft onbeantwoord. Twee songs verder, in het negende nummer, is het tijd voor zelfreflectie, ‘I was in love with you’, lijk ik te verstaan in de schaduw van melodieën der melancholie. Als een glimlach hier op zijn plaats is, is het er één van ontroering.
We zijn aangekomen aan de laatste 3 nummers, tot nu toe hebben we het overleefd, maar ons lichaam vertoont littekens en onze mentale toestand is er één van radeloosheid. Bête noir komt op ons afgestapt om de situatie te beschrijven, ‘What’s left is a shadow of it all’. Het puin van de gebouwen rondom ons bevestigen deze woorden, en wij kunnen alleen maar zuchten. In Each to Each worden we verrast door elektronische beats, wie had dat verwacht van deze twee rocklegendes? Het vormt meteen de basis van één van de beste nummers op Saturnalia, de zon begint terug door het wolkendek heen te schijnen, onze hoop neemt weer vorm aan. De laatste druppels zijn gevallen. ‘We’ll find a way’.
De rust is wedergekeerd, tijdens het laatste nummer voelt het alsof we ontwaken. We horen vogels fluiten en een akoestische gitaar zet Front Street in, een prachtnummer van epische proporties, met een tekst die de oorzaak is van tranen in de ogen. ‘There used to be a time that I could say that I loved you’, wordt er geknipoogd in de richting van het negende nummer. Om dan te eindigen met een zin als ‘We’re gonna have some fun, son’, en we weten niet meer wat te zeggen. Kippenvel.
(U kunt zes nummers beluisteren op hun myspace)