header image
 

Wie braaf is krijgt lekkers…

…wie stout is een stokje? Helemaal niets op tegen, eigenlijk. Braaf is nogal saai, nietwaar? Met enige vertraging - waarvoor mijn excuses - beantwoord ik de drie vragen die Osahi hier op mijn deurmat heeft gelegd.

1. Grijp het dichtsbijzijnde boek dat meer dan 123 bladzijdes telt

Da’s toeval, op ongeveer 33 cm van mij ligt De wereld van Sofie te glunderen op mijn bureau! Een mooi, 548 bladzijden tellend monstertje, die iedereen wel kent. Al is het maar van horen.

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5de zin

Niet zo moeilijk, hier is ie:

‘Het feit dat alle levende en dode dingen een vorm hebben, die iets zegt over de mogelijke activiteit van het ding, laten we rusten, maar ik wil er nog wel aan toevoegen dat Aristoteles een heel opmerkelijke visie op de oorzakelijke verhoudingen in de natuur had.’

3. Post nu de volgende drie zinnen

‘Als we het vandaag de dag hebben over de ‘oorzaak’ van het een of ander, bedoelen we hoe iets gebeurt. De ruit gaat kapot omdat Petter (*) er een steen doorheen gooit. Een schoen ontstaat omdat de schoenmaker die uit een aantal stukken leer in elkaar naait.’

Als uw nieuwsgierigheid of leergierigheid om het hoekje komt kijken, dan moet u maar naar de bibliotheek gaan en dit uiterst boeiende boek over de geschiedenis van de filosofie openslaan op bladzijde 123. Of u kunt natuurlijk bij het begin beginnen (bladzijde 1 dus).

Zoals dat gaat met stokjes, ben ik een beetje verplicht om het door te geven aan een collega blogger. Gloomy, doe er uw ding mee! Als iemand anders nog een stokje wilt, er liggen hier nog een paar. Geen verplichtingen, uiteraard.

(*) Jawel, twee t’s.

Enige verklaring

Ik voel me verplicht om toe te geven dat het een hele tijd geleden is dat ik u, waarde lezer, verblijd heb met een schrijfsel van mijnentwege. Bijna een volledige maand, merk ik. Sta me toe om verklaringen naar uw hoofd te smijten.

Het wordt ietwat drukker op vlak van school, een paper schreeuwt namelijk om gemaakt te worden voor de deadline genadeloos valt. En die deadline komt elke dag een dag dichterbij, want zo gaat dat nu eenmaal. Ik en mijn eeuwig uitstellen, we hebben al vele avonturen beleefd. U begrijpt dat bloggen daardoor (tijdelijk) geen vanzelfsprekendheid meer is, wat ik wel jammer vind, want het blijft een mooie uitlaatklep, en uitlaatkleppen zijn allesbehalve schadelijk voor de mentale gezondheid. School is natuurlijk niet de enige verklaring die ik hier aanhaal, ik had (en dit blijft onder ons) geen zin meer om te bloggen! Enfin, geen zin is veel gezegd. ‘Geen inspiratie’ komt dichter in de buurt van de beschrijving van die gemoedstoestand. En wanneer men geen inspiratie heeft, zoekt men te hard, en wanneer men te hard zoekt, verdwijnt de goesting sneller dan ik kon denken.

Mijn leven ging in de voorbije maand natuurlijk gewoon door, en sommige dingen zijn veranderd, zo heb ik mijn festivalbandjes doorgeknipt - een aantal uur geleden, om precies te zijn - omdat ze mij irriteerden (en omdat ze zo afschuwelijk stonken als ik een paar uur had afgewassen op mijn werk), en heb ik een geel koordje in de plaats gehangen omdat ik me anders zo naakt voelde. Over naakt gesproken, u ooit al afgevraagd of een nieuwslezer(es) iets aanheeft onder dat bureautje? Ik alleszins wel. Sommige dingen zijn natuurlijk nog hetzelfde: ik erger me soms aan het feit dat ik me zoveel erger aan de mensheid, mijn kamer is nog steeds een puinhoop, en mijn bakkebaarden staan er nog altijd. En met een glimlach op mijn smoel laat ik weten dat ik nog altijd gelukkig verliefd ben.

Zo ziet u maar, een maand niets laten weten kan plots het perfecte excuus zijn om iets te laten weten. En als u mij nu wilt excuseren, er wachten een pizza en een pint op mijn gezelschap. Cheers!

Passies

Vroeger, toen ik 13-14 jaar oud was, was ik een skater. Ik beken, en ik ben er nog trots op ook. Niet dat ik enig talent had, verre van, maar soms schudde ik iets uit mijn mouw dat anderen helemaal niet konden. En er zijn weinig dingen zo leuk als met een bende vrienden de hele dag op één of andere plek skaten, dwaas doen, de hangjongere uithangen… Of op één of andere parking van een bepaald bedrijf skaten om na 15 minuten te worden weggejaagd door de eigenaar ervan, omdat ’skateboarders hier niet welkom zijn’. Tja, dan daag je ons uit natuurlijk, en dus stonden we een uur daarna op diezelfde parking weer te skaten, met als gevolg dat er werd gedreigd met een telefoontje richting politiekantoor.

Ik herinner me ook nog die ene keer, toen ik met een vriend in mijn straat aan het skaten was, en we even aan het uitrusten waren langs de kant (skaten is bijzonder inspannend, vergis u niet). Een vrouw van rond de 50 reed traag voorbij in haar dikke bmw, ze draaide haar raampje naar beneden en vroeg minachtend, ‘Voelen jullie je de koning van de straat, misschien?’ Er volgde een stil moment, en daarna schoten mijn maat en ik in de lach, wat een kinderachtige opmerking van een volwassen vrouw! Ze keek nog eens boos in onze richting, maakte aanstalten om door te rijden maar riep vlug nog ‘dikzak!’ naar mijn maat, die toen misschien wat zwaarder was dan de gemiddelde 13-jarige, maar dik? Helemaal niet. Ach, er waren gelukkig ook nog vriendelijke, oprecht geïnteresseerde mensen die soms stopten om onze skatekunsten te bewonderen en een praatje te slaan. Ze zijn nog zo slecht niet, die volwassenen van tegenwoordig! Ik denk er met een glimlach aan terug. Maar het noodlot laat niet graag op zich wachten, en dus sloeg ik voor de zoveelste keer mijn voet om, wat veel pijn en frustratie tot gevolg had. Dat was dan ook de laatste keer dat ik op een plank stond, het afscheid ging gepaard met niet alleen pijn in mijn enkel, maar ook met pijn in mijn hart. ‘k Had veel mooie tijden beleefd, als skater, but it was time to move on, om even een melodramatisch accent te leggen.

Er was ondertussen een andere passie in mijn leven geslopen: muziek! Ik schafte mezelf een akoestische gitaar aan, maar al gauw merkte ik dat een ‘gewone gitaar’ niet echt mijn ding was. Het paste niet echt bij mijn persoonlijkheid, da’s moeilijk om uit te leggen, maar zoiets voelt men aan. Je hebt de typische gitarist, de typische drummer, de typische zanger, de typische bassist… Ik had al rap door dat ik tot de laatste ‘categorie’ behoorde, al denk ik niet graag in hokjes, en wil ik me helemaal niet beperken tot één instrument. Maar een bas, het had iets… De manier van spelen stond me aan, een bas kan heel subtiel zijn maar toch de hele richting van de muziek bepalen. Bas spelen is ook helemaal niet zo moeilijk, vooral op technisch vlak dan - wat wil je, met zijn 4 snaren. Maar da’s iets dat ik helemaal niet erg vind, ik hou het graag simpel. En het draait hem vooral rond het effectief zijn, de originaliteit, en de feeling. Denk maar aan de ronduit briljante baslijn van Come Together, van The Beatles. Simpel, sexy en uiterst effectief. Of de typische Kim Deal-baslijntjes die het geluid van de Pixies zo hebben bepaald. Het was me trouwens niet ontgaan dat de frequenties van een bas iets wakker maken in een vrouwelijk wezen, een bas is niet voor niets the sexiest instrument there is (zeg ik met lichte overdrijving).

Nu, laatst ben ik een filmpje tegengekomen op het wijde web, waarin ik mijn twee passies versmolten zag: een skatefilmpje met de muziek van Odd Nosdam, één van mijn favoriete artiesten die als geen ander prachtige, zoete melodieën combineert met vettige hip hop beats. (oftewel, voor de kenners: shoegaze hip hop!) Vandaar deze kleine uitweiding, en vandaar ook volgend filmpje. Enjoy!

(de skater in kwestie is Nyjah Huston, nog maar 14 jaar oud)

Saturnalia

saturnalia2.jpg

We bevinden ons in één of ander verlaten stadje, in the wild wild west. De donkere wolken, die zich als een grote bewegende massa boven ons hoofd voortbewegen, in combinatie met de zon, die ergens op de achtergrond te weinig licht laat doorschijnen om de hoop in ons door angst verteerde hart te laten leven, creëren een atmosfeer die lijkt te waarschuwen voor de apocalyps. Hier en daar zijn er flitsen in dat donkere wolkenlandschap te zien, die vergezeld worden door een laag en rollend gegrom, alsof een roedel wolven in datzelfde landschap de laatste beetjes licht willen uitroeien. Plots weerklinkt er een weemoedige en tegelijk dreigende gitaar, gevolg door de stem van de leider der roedel wolven, Mark Lanegan. ‘Oh mama, ain’t no time to fall to pieces, he has arrived…’, gromt hij ons toe in The Stations, het openingsnummer van Saturnalia, het album van The Gutter Twins. Tweelingbroer Greg Dulli staat hem bij in zijn klaagzang, en schreeuwt mee, ‘Now there’s demons crawling all around…’

De toon is gezet, wanhopig grijpen we naar het pistool op onze heup en proberen ons te beschermen tegen het ergste, maar de kogels zijn op en we hebben geen andere keuze dan ons te laten opjagen door de twaalf songs op deze plaat. De eerste druppels vallen naar beneden, om uiteen te spatten op ons gezicht. Een rukwind doet ons bijna omvervallen, en heeft ons overtuigd om tijdens de vierde song, The Body, onderdak te zoeken in een verlaten saloon. Bibberend in een hoekje zingt het duo ons toe, ‘I’ve gone too far this time, I crossed the line’. Het gekraak dat we horen is niet van ons hart afkomstig - al had dat best gekund - maar van het dak boven ons.

De bliksem is ingeslaan in het saloon, en als we ons niet reppen bevinden we ons twee minuten later onder het puin. Buiten horen we Mark Lanegan terug zingen, ‘With my idle hands, there’s nothing I can do but be the devil’s plaything, baby, and know that I’ve been used’. De gitaarsolo op het einde laat ons het volgende herkennen: wanhoop, woede, onmacht. Onze geest zit gevangen in ons lichaam, het snakt naar vrijheid maar we kunnen alleen maar in tranen uitbarsten. Het volgende nummer, Circle the Fringes, begint zacht en helend, de droeve strijkers lijken ons rust te schenken. Maar een onweer zou geen onweer zijn als er geen donderslagen waren om ons op te schrikken. De drums klinken als pistoolschoten, en de baslijn begeleidt de kogels in slow motion naar de plaats van impact, ons hart, waar het allerlaatste restje hoop nu helemaal verdwenen is. Who will lead us now? is de toepasselijke titel van het volgende nummer, maar de vraag blijft onbeantwoord. Twee songs verder, in het negende nummer, is het tijd voor zelfreflectie, ‘I was in love with you’, lijk ik te verstaan in de schaduw van melodieën der melancholie. Als een glimlach hier op zijn plaats is, is het er één van ontroering.

We zijn aangekomen aan de laatste 3 nummers, tot nu toe hebben we het overleefd, maar ons lichaam vertoont littekens en onze mentale toestand is er één van radeloosheid. Bête noir komt op ons afgestapt om de situatie te beschrijven, ‘What’s left is a shadow of it all’. Het puin van de gebouwen rondom ons bevestigen deze woorden, en wij kunnen alleen maar zuchten. In Each to Each worden we verrast door elektronische beats, wie had dat verwacht van deze twee rocklegendes? Het vormt meteen de basis van één van de beste nummers op Saturnalia, de zon begint terug door het wolkendek heen te schijnen, onze hoop neemt weer vorm aan. De laatste druppels zijn gevallen. ‘We’ll find a way’.

De rust is wedergekeerd, tijdens het laatste nummer voelt het alsof we ontwaken. We horen vogels fluiten en een akoestische gitaar zet Front Street in, een prachtnummer van epische proporties, met een tekst die de oorzaak is van tranen in de ogen. ‘There used to be a time that I could say that I loved you’, wordt er geknipoogd in de richting van het negende nummer. Om dan te eindigen met een zin als ‘We’re gonna have some fun, son’, en we weten niet meer wat te zeggen. Kippenvel.

(U kunt zes nummers beluisteren op hun myspace)

23/02/’08

Ik zou in geuren en kleuren kunnen beschrijven in welke mate Eurosong mijn kloten uithangt en in hoeverre ik mij afvraag wie dat gezeik nu nog in godsnaam serieus neemt. Of zal ik het hebben over het feit dat mijn vader diezelfde ‘titel’ hoe langer hoe minder waardig is? Daarmee wil ik u niet lastigvallen, en het kan mij eigenlijk feitelijk niet zoveel schelen ook, hoewel de weinig flatterende adjectieven in mijn hoofd naar beneden dwarrelen als de pluimen van één of andere vogel die net hagel up his ass heeft gekregen. Maar waarom zou ik klagen?

’s Ochtends de ogen openen en merken dat ik deel uitmaak van een zoete verstrengeling. Twee lichamen die voortdurend pogingen ondernemen om zo dicht mogelijk bij elkaar te kruipen. Veilig in bed, afgesloten van een wereld die daarbuiten wél verder draait. Wolken bevinden zich rond mijn hoofd terwijl daarbinnen de zon schijnt. Kriebels controleren mijn hele lijf, de muren zijn getuige van mijn danspasjes in de gang. De figuurlijke vonk heeft me op spreekwoordelijke wijze in vuur en vlam gezet. ‘Flower lust, my hurricane, you turn my blood into gasoline’, zingt de zanger van Ghinzu, en ik zing mee.

En dan te bedenken wat ik in één van mijn laatste posts zei. Het tij kan snel keren.

Fine fine music

Ik heb niet zoveel te zeggen momenteel, mijn gedachten zweven elders rond (en dat zeg ik met een glimlach). Dit gezegd zijnde:

Zing maar lekker mee. De zon schijnt weer vandaag, geniet ervan!

Gedagdroom

Hmm, ik heb niets speciaals te doen, dus waarom zou ik de Fnac niet even vereren met een bezoekje van mijnentwege? Wanneer mijn agenda dergelijke gaten vertoont durf ik wel eens genieten van het rondsnuffelen in de afdelingen waar de betere cultuur tentoongesteld wordt. (Zie: films, boeken, muziek)

De filmafdeling krijgt deze keer voorrang, aangezien ik in een weemoedige bui ben en zin heb in een even weemoedige film, het liefst nog met een romantische slag. Hoewel mensen het niet meteen zullen beweren: ik ben een romantisch persoon. Het feit dat ik de laatste jaren het gevoel van verliefdheid niet meer ben tegengekomen frustreert mij dus bij tijden, maar dan zeg ik tegen mezelf, ‘Ach Bram jongen, verliefdheid mondt toch meestal uit in het eindigen ervan’. Daarna zucht ik even diep, terwijl ik maar al te goed besef dat dat argument geen degelijke troost is. Nu goed, ik begeef mij naar de filmafdeling, en zocht dus een weemoedige film met een romantische slag. Ik neem even Lost In Translation vast, niet om deze prachtige film te kopen (ze siert al mijn rekje met dvd’s), maar om vast te stellen dat het nog heel lang zal duren tegen dat er nog zo een film uitkomt die perfect bij mijn gemoedstoestand past. Dus zucht ik maar weer, ik leg het doosje terug waar hij lag, en ik zet twee stappen opzij om op die plek in het bakje met films die beginnen met een ‘M’ te gluren.

Vanuit mijn ooghoeken zie ik links van mij plots een wondermooie jongedame Lost In Translation nemen, en ze begint de achterkant te lezen. Ik zie dat ze twijfelt, in haar andere hand heeft ze namelijk nog een film vast. Alleen zie ik niet de welke. Lichtjes aarzelend zeg ik haar dat Lost In Translation één van de mooiste films ooit is, een film die zowaar mijn perspectieven heeft geopend en me zelfs tot tranen van ontroering heeft gedwongen. Het was geleden van Bambi dat ik nog eens met een krop van uitzonderlijke grootte in de keel naar een zakdoek greep, een zakdoek die ik (voor de verandering) niet bij had. ‘Van Bambi geleden?’, vraagt ze, ‘Dan heb je veel mooie momenten gemist in je leven, niet? Ontroering is één van de mooiste emoties die er bestaan.’ Verrast door haar oprechte repliek, weet ik even niet meer wat te zeggen. Dan glimlach ik en zeg ik dat ze gelijk heeft. Maar wat had je dan ook verwacht van een dolende puber? ‘Dan was ik echt niet met ontroering bezig, maar met onmogelijke liefdes.’ Het is haar beurt om te glimlachen, en dat doet ze ook. Dat moment lijkt de Fnac even stil te staan, en de wereld ook, zo u wilt. We schenken elkaar een veelzeggende blik tijdens die 1,3 seconden, en het lijkt even alsof ik iemand gevonden heb die weet wat ik bedoel, zonder ook maar een woord te reppen over wat ik nu eigenlijk wel bedoel. Mijn dorst naar een mystieke eenheid die me de laatste tijd lastigvalt, wordt even gelest. En daarom besluit ik om dit moment nog wat te laten duren. De muziek- en boekenafdeling zullen nog even mogen wachten.

(ik besluit om morgen nog eens de Fnac binnen te lopen en rekening te houden met de tips van Osahi)

Concertje?

Alhoewel eels nu definitief uit het bootje valt wegens uitverkocht, mag ik niet klagen op vlak van optredens, me dunkt.

concerts.jpg

De helft van de tickets heb ik al, nu nog de andere helft! (En dan staan Nick Cave & The Bad Seeds er nog niet eens op, 1 mei is de datum)

Welcome to the Blue House

Het kapitalisme dat de muziekwereld domineert, krijgt hoe langer, hoe meer rake klappen met als finishing touch een mooie uppercut op de dubbele kin van één of andere hoge piet in de muziekindustrie die dezelfde industrie heeft verlaagd tot slechts een manier om geld te verdienen. Muziek verspreiden to spread the love? Vergeet het maar, geld moet er binnenkomen! En dan nog het liefst met bakken! Talloze popsterretjes worden als het ware gemaakt, men is niet langer een artiest, men is een product. De muziek die ze voorgeschreven krijgen proberen ze op een zo typisch mogelijke manier te vertolken, zich profileren is veel belangrijker dan een mooie boodschap overbrengen. U moet weten dat ik de situatie graag in het extreme zet, maar jammer genoeg komt het echt neer op één ding: geld, geld en nog eens geld.
En het spijtige is dat door het eindeloze uitmelken van onderwerpen als (verloren) liefde, de muziek die daarover handelt ongeloofwaardig wordt. Ze zingen wel ‘I miss you so much’ en proberen daarbij zo zielig mogelijk te kijken, maar tegelijk zie je hun alsmaar groeiende ego bijna ontploffen voor de cameralenzen.

En dan heb je daar Tim Vanhamel, één van mijn favoriete artiesten, die een plaat maakt over datgene dat zoveel uitgemolken wordt: (verloren) liefde, geen uitzicht meer hebben op de mooie dingen des levens… Ik was terecht wat bang toen ik de cd in mijn stereo stak, want mijn verwachtingen waren wel heel hoog gespannen, sinds Millionaire - waarvan Tim dus de frontman is - nog altijd één van die bands is waar mijn liefde geen grenzen voor kent. En de single ‘Until I Find You’ klonk zo anders, op het melige af bijna.

De eerste keer dat ik de plaat beluisterde wist ik niet goed wat te denken, op het eerste gehoor klonk het nogal té gemakkelijk, té catchy. Maar ik wou niet opgeven, en dus volgde de ene luisterbeurt na de andere, en elke keer raakte de plaat me dieper en dieper, de sprankelende melodieën en de eerlijkheid van de songs baanden zich een weg door de eeltlaag die mijn hart bedekt. De grens tussen glimlachen en tranen in de ogen krijgen werd alsmaar dunner, tot ik uiteindelijk écht ontroerd was. Zinnen als ‘I’m sure about nothing… else but loneliness’ die eerst nogal cliché klonken, klinken nu ontzettend eerlijk, en dat zijn ze ook. En dat is deze plaat ook: eerlijk, de puurheid straalt er zowaar vanaf. Als u een lichtpuntje ziet in de eerste de beste platenwinkel, dan is de kans groot dat het afkomstig is van dit schijfje. Het valt ook op dat desondanks het een donker album is, de speelse melodieën en de frisheid van de nummers hoop geven. Denk eels, maar dan de Tim Vanhamel way. Bitterzoet zou een perfecte omschrijving kunnen zijn, en dat is het ook volgens mij.

Welcome to the Blue House is niet grensverleggend en het heeft geen epische proporties, maar het is wél één van de puurste platen die ik tot nu toe al gehoord heb. Net daarom, geheel subjectief gezien, is het nu al één van de toppers van 2008. Een bescheiden meesterwerkje.

(By the way: deze clip is opgenomen in de Vooruit, in het mooie Gent. Driewerf hoera!)

Vragen?

  • Wat heb ik geleerd? Vandaag ben ik tot het besef gekomen dat het streven naar geluk één van de mooiste dingen op aard is. Maar ook het meest frustrerende.
  • Trek ik me nog altijd te veel aan van wat andere mensen over mij denken? Bijlange niet. Fuck ‘m. (Edit: ik lieg, ‘t is iets waar ik nog aan moet werken)
  • Ben ik daarom egoïstisch? Helemaal niet, ik probeer nog altijd het ‘goede’ te volgen. Whatever that may be.
  • Steekt het blokken mij tegen? Ik wil niet in de herhaling vallen, maar ja.
  • Vandaar deze korte puntjes? Mooi opgemerkt, al zeg ik het zelf.
  • Ben ik mijn roze bril nu al kwijt? Nee hoor, die ligt even op het nachtkastje.
  • Denk ik te veel? U zou wel eens gelijk kunnen hebben.
  • Zie ik u nog altijd even graag? Maakt u zich maar geen zorgen.
  • Enige willekeurige raadgeving? Don’t go down to sorrow:

(Danst op een post-apocalyptische wijze voldoening tegemoet)